NRC: Bestaande musea steunen is nuttiger dan privémusea stichten

17/09/2026, Renée Steenbergen

In het Cultureel Supplement van 10 september is een lang artikel gewijd aan een ‘hernieuwde’  golf van privémusea voor hedendaagse kunst.
Naast het feit dat die constatering onjuist is (die golf begon al in jaren negentig met onder meer Beelden aan Zee, De Pont en Frisia) blijft de kernvraag van het stuk onbeantwoord: wat is het gevolg van die privémusea voor het Nederlandse kunstenveld?
Wel wordt geconstateerd dat deze privémusea veelal hetzelfde programmeren als overheidsgefinancierde musea voor hedendaagse kunst.
De fundamentelere vraag is dan: voegen die particuliere initiatieven wel iets toe aan het kunstaanbod, behalve dat ze nieuw en vaak kleinschaliger zijn? Ook omdat onduidelijk is hoe duurzaam die nieuwe musea eigenlijk zijn die vaak door één man -meestal een ondernemer- zijn gesticht. Gaat zijn familie die geldverslindende hobby van (groot)vader voortzetten?
Er zijn nogal wat voorbeelden van privémusea die – om uiteenlopende redenen- de deuren sloten, zoals Overholland, Frisia en No Hero.
 
Een andere actuele kwestie die niet wordt geadresseerd, is de herkomst van het geld waarmee privémusea worden gesticht en gerund. Internationaal is er veel discussie over toxische geldstromen in de kunst- en vooral de museumwereld: zie de Sacklers die hun vermogen verdienen met verslavende opioïden, en oliemaatschappijen en andere vervuilende industrie. Veel instellingen besloten daarop niet langer samen te werken met dergelijke sponsoren.
Caldic, het concern van Joop van Caldenborgh die Museum Voorlinden stichtte en financiert, produceert zeer vervuilende chemicaliën - ‘gifjes’, zoals de ondernemer het zelf eens formuleerde.
En Hans Melchers, stichter van de MORE musea, werd juridisch vervolgd wegens vermeende levering van de grondstoffen voor gifgas.
Ook Rob Defares is bekritiseerd vanwege het flitsbeleggen dat zijn Hartwig Art Museum financiert.
 
Dat roept ook vragen op over het belastingvoordeel bij het stichten van een particulier museum.  De meeste zijn door de belastingdienst goedgekeurde anbi-stichtingen die vanwege hun  ‘algemeen nut’ ruim gebruik kunnen maken van fiscale voordelen. Desondanks zijn zij weinig transparant over hun financiering, terwijl dat wel een voorwaarde is. Zie bijvoorbeeld de Stichting Voorlinden, die in de jaarrekening alleen rept van sponsorbijdragen en giften, maar de inkomsten uit betalend bezoek (een kaartje kost 24 euro) niet inboekt.
 
Al met al rijst de vraag of het publiek en het Nederlandse kunstenveld er niet méer bij gebaat zijn als rijke kunstliefhebbers gezamenlijk optrekken met bestaande musea. Nederland is het land met de meeste musea per inwoner, méer (privé)musea leidt tot overaanbod en kan bezoek naar overheidsgefinancierde musea schaden. Terwijl die al vele jaren worstelen met teruggeschroefde budgetten vanwege steeds nieuwe rondes bezuinigingen.
Veel stichters zeggen ‘iets te willen teruggeven’ aan de maatschappij.
Dan zouden ze bereid moeten zijn zich dienstbaar te maken aan de samenleving. Niet door iets nieuws te bouwen en hun geld in stenen te steken, maar daar te steunen waar hun geld het hardst nodig is: voor het in stand van de bestaande culturele infrastructuur.
 
 
 

Terug