Locatie Theater achter de schermen

24/11/2025, Renée Steenbergen

 

Het is druk op het festivalterrein van De Parade op een zomerse zaterdagavond aan de Amstel.  In 13 tenten kunnen bezoekers theater-, dans-, opera- en acrobatiekvoorstellingen bekijken, en eten en drinken bij diverse horecatenten.

Ik bekijk een speelse, gay versie van de mini-opera Carmen,  de voorstelling Yes-Girl over femicide en de spectaculaire acrobatiek-act Stripped.

Iedere voorstelling duurt maximaal 30 minuten, zodat er drie voorstellingen per avond gespeeld kunnen worden.

Dit rondreizende theaterfestival bestaat nu 35 jaar en doet vier steden aan: behalve de hoofdstad ook Rotterdam (9 tenten), Den Haag (10 tenten) en Utrecht (11 tenten). Eindhoven is dit jaar geschrapt, die editie trok de minste bezoekers en liep parallel met Rotterdam; dat werd te belastend voor de organisatie.

De bezoekersaantallen zijn aan strikte normen gebonden met het oog op veiligheid; in Amsterdam, het grootste Parade-terrein, mogen maximaal 6.000 mensen tegelijk aanwezig zijn op het festivalterrein, vertelt Hoofd Techniek Shirley Versteeg de volgende ochtend op het naastgelegen kampeerterrein voor de reizende gezelschappen, medewerkers en technici.

 

Milieuzone

 

De 29-jarige Versteeg, die al 9 jaar ’s middags de techniek en productie van de KinderParade deed, werd in februari onverwacht hoofdverantwoordelijke voor alle theatertechniek toen haar voorganger Job Woudstra plotseling overleed. Zij is vooral een lichtspecialist en werkt samen met twee geluidstechnici. LED-verlichting, digitale licht en geluidstafels en de infra worden extern ingehuurd bij Lichtwerk en Peitsman.

Omdat de Parade neerstrijkt in binnensteden waar milieuzones in toenemende mate van kracht zijn, heeft Versteeg te maken met strenge energienormen.

‘Alle verlichting is nu LED. Dat betekent een grote financiële investering, omdat je natuurlijk ook nieuwe lichttafels moet aanschaffen. Inclusief twee band-podia gaat het om 15 tenten. Die investering moeten we er in twee maanden uithalen, de rest van het jaar kan een deel van de verlichting niet gebruikt worden.’ LED biedt meer voordelen: nu is nog maar de helft van het aantal lampen nodig om verschillende kleuren te produceren. ‘Dat is pure winst, qua installatietijd en ook qua gewicht dat je in een tent hoeft op te hangen.’

 

De Parade draait volledig op groene stroom, in Rotterdam en Utrecht is dit door de gemeente aangelegd in samenspraak met de Parade. Voor Amsterdam en Den Haag heeft de Parade dit onder de parken zelf moeten aanleggen- ook een forse investering. De Parade is bereid om dit aan derden te verhuren maar dit is op het moment nog niet aan de hand.

‘De paradox is dat er zoveel mogelijk overgeschakeld moet worden naar elektrisch. Binnen een paar jaar ook voor het opladen van elektrische trucks voor transport. Maar de beperkte capaciteit van het stroomnet betekent dat die transitie wordt vertraagd.’

De energienorm heeft de Parade vorig jaar in Den Haag en Utrecht overschreden, zo meldden die gemeenten achteraf. Op zoek naar een oplossing is de organisatie gestart met een nieuw project: accupacks die opladen in daluren en stroom leveren in piekuren. Dit in samenwerking met Jacco Patist van Stroomlijnen. In de nabije toekomst willen zij samen kijken naar de mogelijkheid om ook zonnepanelen op de tenten te plaatsen.

 

Meer overheidscontrole

 

Streng zijn gemeenten ook op het handhaven van geluidsnormen. Die liggen in elke stad weer anders, afhankelijk van de nabijheid van omwonenden. In Rotterdam is de norm het strengst omdat naast de festivallocatie in het Museumpark het Sophia Kinderziekenhuis ligt. In Amsterdam, waar een vergunning is tot 2 uur ’s nachts, plaatst de gemeente zelf twee decibelmeters en 2 vaste meetpunten op het terrein die continu afleesbaar zijn. In Utrecht moet het Parade-team zelf op vier punten meten met een DB-meter om elk uur te monitoren wat het volume is en dit doorgeven aan de gemeente. Dat gebeurt in wisselploegen.

En een dag voor de opening komen gemeentelijke instanties en hulpdiensten controleren op de nooduitgangen, de (brand)veiligheid, de afstand tussen de tenten en het evacuatieplan. De grootste tent biedt plaats aan 430 bezoekers die driemaal op een avond meestal is volgeboekt.

Internet moet zelf geregeld worden, Versteeg wijst naar de palen met wifi-punten.

Het op- en afbouwschema lijkt op een militaire exercitie: er zijn in elke stad twee dagen voor de opbouw van de tenten, daarna één dag voor het plaatsen en aansluiten van alle techniek. Afbouwen begint al direct na de sluiting op de laatste avond, dan gaat alle techniek eruit omdat de volgende ochtend de tenten alweer afgebroken worden voor de volgende stad.

 

In elke stad wordt 17 dagen gespeeld (alleen in Rotterdam 10 dagen), gemiddeld 5 dagen per voorstelling/gezelschap, plus de KinderParade. Dit betekent dat Versteeg per stad met ruim 40 verschillende technici van bespelers samenwerkt. De eerste besprekingen beginnen in april, dan wordt geïnventariseerd wat er productioneel aan techniek nodig is. De Parade faciliteert podia, stoelen, speakers, een basis set lampen en geluids- en lichttafels. De groepen nemen soms zelf aanvullende apparatuur mee, die moet uiteraard binnen de kaders blijven van de vergunning.

 

Zenderfrequenties

 

Daarnaast hanteert de Parade een strikt overzicht met de zenderfrequenties voor versterking van geluid; de meeste groepen hebben rond de 2 a 3 zenders nodig, soms zitten er groepen bij met 10 zenders. Essentieel is, dat die elkaar onderling niet storen, opdat geen geluiden van andere voorstellingen hoorbaar zijn.

Versteeg wijst erop dat tenten een technische limiet hebben: ‘Wat kan elke tent aan qua gewicht, hoe hang je iets op? Daar hebben bespelers die vooral in vaste theaters werken vaak niet bij stilgestaan. Er is bijvoorbeeld geen trekkewand.’ Ook de afmetingen van de beschikbare tent vormen een uitdaging. Voor de imponerende performance Stripped is exact berekend wat de zwaai-ruimte van de acrobaat is, die ook over het zittende publiek heen zwiept.

En dan het weer, de grote onberekenbare factor bij locatietheater.

Regen is een spelbreker, al heeft dat tegenwoordig minder invloed op de inkomsten, omdat steeds meer kaarten in de voorverkoop online worden gekocht. En als de mensen al betaald hebben, komen ze meestal toch wel. Een tent is soms niet honderd procent waterdicht, toch zijn er genoeg middelen voor handen om dit op te lossen.

‘Te warm weer is ook niet goed, de mensen zitten dicht op elkaar en dan stijgt de temperatuur in een tent snel. Zeker omdat er op de Parade geen airco is, maar we proberen met ventilatoren de luchtstroming in elke tent te bevorderen.’

Waar in de planning wel zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden, zijn de wisselende schoolvakanties en andere zomerfestivals die in of rond dezelfde stad spelen. In Amsterdam was dat dit jaar Pride, dat veel gratis events bood en overlapte. Maar dit gaf de Parade wel de kans om zelf mee te varen met de Pride boottocht. Andere grote evenementen in de hoofdstad komen pas na de Parade: Sail, het Grachtenfestival en Bosfest.

 

 

Bosfest: locatietheater in het bos

 

Middenin het Amsterdamse Bos, rondom het Bostheater, heeft in de tweede helft van augustus Bosfest plaats. Het is een kruising tussen een vast openluchttheater en een festival daar rondom, die parallel worden geprogrammeerd. Bosfest is een stuk kleiner dan de Parade: maximaal 500 bezoekers per avond zijn toegestaan op het dichtbegroeide terrein. Bosfest is ook een jong festival, vorig jaar was de eerste editie. Daarvoor heette het Boslab, dat vooral een kweekvijver was voor startende makers van dans-, theater- en muziekvoorstellingen.  De nieuwe vorm biedt volgend directeur Ingejan Ligthart Schenk, directeur van zowel het openluchttheater als het festival, een hogere kwaliteit omdat nu ook wordt gewerkt met ervaren gezelschappen als Orkater en NITE. ‘Boslab bleef vaak hangen in het experiment,’ aldus technisch producent Ramses van den Hurk, ‘Nu is het festival doorgegroeid, volwassener geworden.’ Om dat te stimuleren, biedt de organisatie makers een workshop aan over locatietheater: hoe werkt het, wat komt er technisch bij kijken, wat zijn mogelijkheden en beperkingen. ‘Ik moet makers met weinig ervaring buiten de vaste theaters vaak een beetje opvoeden,’ lacht Van den Hurk. ‘Hoeveel licht heb je echt nodig, en hoeveel meter kabels? Ze zijn gewend dat dat vanzelfsprekend aanwezig is, maar hier moet het allemaal op maat aangelegd worden. Dus liever geen meter en geen lamp teveel.’

 

Stroomvoorziening

 

Het openluchttheater ligt in de gemeente Amstelveen maar is eigendom van de stad Amsterdam. Van beide krijgt het subsidie, het meest van de hoofdstad, na een aanvankelijke afwijzing omdat de pot leeg was. Vanwege de laagdrempelige programmering die een breed en divers publiek trekt (in het theater hebben ook filmvertoningen plaats, en kindervoorstellingen), greep de gemeenteraad in en kon alsnog een doorstart plaatshebben. Dat is extra belangrijk nu het andere locatietheaterfestival in de hoofdstad, Over het IJ, gestopt is vanwege weggevallen subsidie.

Bosfest heeft een groot voordeel: het festival maakt gebruik van de faciliteiten, techniek en stroom van het vaste openluchttheater. De technisch producent: ‘Het Bostheater beschikt over drie keer 250 ampère, die zetten we naar keuze in. Voorheen hadden we veel parren, dankzij LED gebruiken we nu nog maar de helft van het vroegere aantal armaturen en is het stroomverbruik gehalveerd.’  Mede omdat het bos zich niet in een milieuzone bevindt, is dit voor het theater en Bosfest samen ruim voldoende stroom.

Synergie is er ook door het vaste team voor het theater, dat in augustus ook het locatietheater faciliteert. Van den Hurk werkt in een team van zes en is zelf vooral lichttechnicus. Hij vertel dat 70% van de bespelers hun eigen technicus meenemen, de rest – vaak jongere makers en bandjes- maken gebruik van het Bostheater/Bosfest-team. Het team is tachtig procent van zijn tijd bezig met de coördinatie van de stroomvoorziening (‘hoe dichterbij het theater, des te meer stroom’) plus de veiligheid, zoals het ingraven van kabels.
Het openluchttheater wordt bespeeld van mei tot oktober en is ingrijpend gerenoveerd en onlangs opgeleverd. Alle 1.500 zitplaatsen hebben nu houten rugleuningen, de door het hoofd techniek zelf ontworpen lichtmasten hebben ingebouwde ladders, alle bekabeling is vernieuwd en loopt nu onder de betonplaten vloer door in plaats van om het theater heen (dat scheelt de helft in lengte), er is glasvezel aangelegd, xrl lijnen plus lege buizen voor stroomkabels.

 

Duurzaamheid

 

‘Er is nu meer controle vanuit de boswachterij, de gemeenten en de brandweer dan vijf jaar geleden, deels door milieueisen,’ aldus directeur Lighthart Schenk. Het gaat dan onder meer om de maximale belasting van het bos en de bospaden en de spreiding van geluid. Duurzaamheid zit in het DNA van de organisatie, benadrukt hij: ‘Cultuur in natuur, daar gaan dit theater en festival over. Dat is ook de unieke beleving die we hier bieden: tijdens een voorstelling zie je de zon onder gaan achter de bomen, en de maan opkomen. Een extra dimensie die je niet hebt in een vast theater met z’n vierde wand.’

De akoestiek tussen de bomen is anders, en tussen de stammen is de speelruimte beperkt. ‘Dat zorgt voor een intieme ervaring, waarbij spelers en publiek dichtbij elkaar zitten. Er is vaak geen podium, je ziet zo’n voorstelling ter plekke ontstaan. Als er een vliegtuig laag over komt, op weg naar Schiphol, dan wachten de acteurs of musici even en het publiek mét hen. Bij regen zie je soms de damp van dansers af slaan en moeten ook toeschouwers doorzetten, dat schept een band tussen beide.’

Ook wordt de schemer en het invallende donker dankbaar benut, dit jaar bijvoorbeeld met de voorstelling Het Dromenpaleis, gebaseerd op in Amsterdamse wijken van bewoners ingezamelde dromen. ‘De nacht is immers droomtijd, dus wordt het publiek zo makkelijker in die droomwereld getrokken.’

De voorstelling Nyx speelt helemaal in het donker en is bijna zuiver auditief, afgestemd op het gehoor. Met zaklampjes lopen bezoekers naar de locatie, hun klapstoel onder de arm. Uit onzichtbaar tussen de takken geplaatste speakers klinkt elektronische muziek en het zang van vocaal ensemble KOBRA.
Ligthart Schenk, die ook de programmering doet, laat me een aantal locaties in opbouw zien. Dit jaar worden tien van de veertien beschikbare locaties gebruikt, verspreid over het bos en een omringende weide. Vanwege de stroomtoevoer liggen ze in een straal van maximaal 300 meter rond het openluchttheater. Diverse bespelers zijn er aan het repeteren: de voorstelling Broken Record test geluid en akoestiek van hun muziektheater op de oever van een waterpartij, en in een weide staat al de steigertribune van gezelschap RAST.

De technisch producent zorgt ervoor dat de voorstellingen elkaar onderling niet storen qua geluid, soms door koptelefoons in te zetten. Om dezelfde reden worden geluidspieken zorgvuldig ingepland in een rooster. ‘Het bosgevoel, het ritselen van bladeren, de aarde onder je voeten, de wind- die zintuiglijke sensaties proberen we steeds voor het publiek te behouden.’

 

<<Dit artikel is eerder gepubliceerd in magazine ZICHTLIJNEN>>

 

Terug